Internationalisation of PBMS in the U.K. anno 2012
By M'Arqouz | May 6, 2012
Mijn verplichtingen ten aanzien van het internationaliseren van PBMS indachtig, reisden mijn egaa en ikzelf in de loop van mijn laatste paas(school)vakantie naar The Cotswolds in het Verenigd Koninkrijk.
De motivatie om PBMS te internationaliseren, is één zaak, de keuze van de regio een andere. Dat werd bepaald door een Eén-reportage van “Vlaanderen Vakantieland” (www.een.be/programmas/vlaanderen-vakantieland/kobe-in-de-ban-van-forest-of-dean). Het eeuwenoude Royal Forest of Dean is een prachtig woud in de Cotswolds en Zuid-Wales en is een Area of Outstanding Natural Beauty. Het woud heeft een magische sfeer en dat voelde ook J.K. Rowling die er de inspiratie voor de avonturen van Harry Potter haalde, en M’Arqouz die er een uitgelezen plek vond om een PBMS-token achter te laten.
De tocht vanuit onze verblijfsplaats naar The Forrest of Dean.
Puzzlewood is een apart deel van het gigantische Forest of Dean. Het is een mysterieus gebied, met fantastische oude boom -en rotsformaties, geheime grotten, een netwerk van oude paden, en oude stenen met mos begroeid (www.puzzlewood.net).
Via de B4228 bereik je Puzzlewood via Chepstow vanuit het zuiden.
In Puzzlewood zijn honderden geschikte plekken om het PBMS-token te verbergen.
De algehele uitputting nabij, verpoost M’Arqouz op een belangrijke plek in Puzzlewood. Met de duim van zijn linker hand achterwaarts gericht, geeft hij op een niet mis te verstane manier aan in welke richting het PBMS-token moet gezocht en gevonden worden.
Zoek deze brug en steek ze over in de aangeduide richting. Noch verkopers van vloerbedekking of topacteurs, noch Smartschool-coördinatoren of thrillerauteurs kunnen zich hierbij vergissen. Want weet dat zelfs een M’Arqouz er in is geslaagd om ze in de juiste richting te passeren!
Daar kerfde hij in de oeroude ijzerzandsteen de ons zo bekende kenletters…
… en deponeerde de gepetrocalligrafeerde ijzerzandsteen…
… tussen de rotsen en de boomwortels.
Met deze blijk van verknochtheid aan het principe van de internationalisering van PBMS in zijn verse geheugen, gunde M’Arqouz zich meerdere alcoholische beloningen. Deze ale, genoten in een pub in Monmouth, was de eerste. Beelden van de laatste werden geweigerd voor verspreiding op het internet. Ingewijden weten waarom.
Hoewel M’Arqouz op de laatste foto gezond en tevreden oogt, zong hij enkele ogenblikken eerder nog van … “I’ve just threw up over, the white cliffs of Dover”… waarna het alcoholpercentage van Het Kanaal de 0,5 promille overschreed.
Topics: Internationalisering, Uncategorized, Verbaal geweld, Verhalen, Vrije Tijd | Comments Off
2012: Iedereen naar de Titanic!
By M'Arqouz | March 31, 2012
Topics: Beeldmateriaal | Comments Off
IF3C8D/VD/15406020754cel TBS58+
By M'Arqouz | March 6, 2012
Veel te druk bezig zijn met je professionele activiteiten, doet een mens wel eens essentiële aspecten van het leven over het hoofd te zien, getuige onderstaand voorbeeld.
Eind 2011 kregen we in ons apenland een nieuwe regering waarin Quicky onmiddellijk besliste dat werknemers langer moesten gaan werken. Als werknemer van de Vlaamse overheid (die ook extra inkomsten zoekt) vreesde ik dat mijn aanvraag tot “bonus, gevolgd door een terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen (TBS58+)“, onderwerp zou kunnen worden van een bijkomende evaluatie door een of andere duistere commissie die maar één kostenbesparend doel voor ogen heeft, te weten, mij langer dan mij wenselijk is in het onderwijs actief te houden.
Gedurende flink wat weken leefde ik met de deprimerende gedachte dat ik misschien minstens één schooljaar langer dan gepland verplicht zou worden om objectieve cultuurgoederen en dito vaardigheden bij te brengen aan de leerlingen van het onderwijsinstituut waaraan in geaffecteerd ben.
De energie die deze deprimerende illusie mij gekost heeft, is volkomen verspild. Immers, ik had mijn officiële correspondentie met het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming - Agentschap voor Onderwijsdienstren - Personeel Secundair Onderwijs en Deeltijds Kunstonderwijs er niet grondig op nagelezen.
In de laatste brief die ik van dit orgaan ontving per 10 mei 2011 staat nochtans heel duidelijk: “Het gewijzigd uitstapplan wordt, ingevolge artikel 9 quinquies van het BVR dd. 11.02.2000, aanvaard door het Ministerie van Onderwijs en Vorming”.
Oké, oké, de cumulatieverplichtingen gesteld in hun schrijven dd. 07.05.09 blijven onverminderd van toepassing! I know, I know. Say no more, say no more!
Bref! Ik vermoed dat ik, ten gevolge van overweldigende professionele en andere activiteiten, vergeten was dat ik sinds 10 mei 2011 al wist dat ik per 31 augustus 2012 definitief zou ontheven zijn van mijn onderwijsverplichtingen, met behoud van een relatief voordelige financiële vergoeding voor bewezen en andere diensten.
Ik durf het niet te wagen om deze bijdrage af te sluiten met een “de moraal”.
Topics: Realiteitszin ondanks alles | Comments Off
Pogetum vallis
By M'Arqouz | December 7, 2011
Pogetum vallis is de Latijnse oorsprong van de naam van het dorp Le Poët Laval. Het verwijst naar een “verhoging in het midden van een grotere vallei”. De huidige Franse benaming heeft dus niets te maken met het Franse woord voor dichter, maar is wellicht ontsproten uit het dubbelzinnig geïnspireerde brein van Romeins geograaf met pbms-ideeën avant-la-lettre.
Recentere en meer gedetailleerde, maar evenwel minder poëtische geografische informatie over Le Poët Laval staat hieronder in de tabel.
En niet zonder gewichtige reden!
Hier werd immers op 2 augustus 2011 om 15u.43 een daad gesteld die perfect kadert binnen de doelstellingen en de grensoverschrijdende eindtermen van de internationalisatie van PBMS.
Hieronder, dezelfde geografische informatie voor dummies.
Hoog gelegen op een steile helling, torent een middeleeuws kasteel uit boven de daken van Le Poët Laval, de majestueuze donjon uit de 12de eeuw van de voormalige commanderij, ooit bezit van de Maltezer ridders.
Hier vonden pelgrims rust, op weg naar het Heilige Land.
Hier dronk Linke Leo bier en Mottige Mol een rosé, uitrustend na een bezoek aan dit kasteel.
Vanop de “verhoging in het midden in een grotere vallei” zie je dit: onderaan links op de foto, 2 witte vlekjes in de tuin van een huis… Twee van de vele tafeltjes waar aan één ervan de Leo en de Mol hun alcoholische consumpties verbruikten. (De rest van het landschap is ook best oké.)
“Eerst dienst. Dan snaps!” en zodus ging M’Arqouz eerst op zoek naar een geschikte lokatie voor het PBMS-token. Vanop de donjon van het kasteel zag hij een boom, en wees ernaar (zie foto hieronder).
Daar beneden, op het achterplein, in de spleet (d.i. een ruimte die hoger is dan breed, of omgekeerd) van de schors van dié boom, bevond zich de uitverkoren plek. Hierboven op de toren van de donjon… dat zou te gemakkelijk geweest zijn.
Het PBMS-token, een voorbeeld van petro-calligrafische kunst, dé specialiteit van de internationalisators van pbms.
Waar is da spleetje? Daar is da spleetje!
Het is volbracht. ‘t Is te zeggen: op de foto zie je dat het wordt volbracht.
Drink allen ook dit. Doe dit om ons te gedenken.
Amen!
Topics: Beeldmateriaal, Internationalisering | Comments Off
Ons dak is gepolijst!
By L’Üdeaux | February 14, 2011
Vanmorgen toen ik op het werk aankwam zag ik dat twee werkmensen bezig waren aan ons dak. Na een week ziekte nam ik aan dat de verklaring over deze arbeid wel ergens binnen te vinden zou zijn.
Dit was dus niet het geval. Het gevoel ’de bazen vertellen mij nooit wat’ zorgde er voor dat ik er verder geen aandacht aan schonk. Wat niet weet, niet deert, zo waar.
De ochtend kroop voort, het geluid der werklieden ook.
De nieuwsgierigheid steeg per klop van een drilboor. Geduld is niet mijn sterkste kant.
Een moment later stapte ik triomfantelijk terug binnen in de winkel. Vol trots, kon ik mededelen, dat het dak gepolijst werd. Mijn collega trok een vragend gezicht.
Het polijsten van een dak bevordert de water afloop, zeker van een licht glooiend plat winkeldak. Dit lijkt mij toch volledig logisch, een glad oppervlak bevordert het rollen van de druppels naar lager gelegen gebieden.De lekken van deze winter hadden al genoeg ellende veroorzaakt.
Ze bleef me sceptisch aan kijken. Nog nooit had ze gehoord van gepolijste daken en ze kon het weten want haar ex-man zat in de bouw. Het geluid van een pneumatische hamer leek niet direct op het zacht wrijven over een effen vlak.
“Toch wordt het gepolijst.” hield ik vol.
Dus ik had mijn jas aangetrokken en ging naar buiten. Aldaar trof ik de twee werklieden aan. De ene op het dak, de andere op de stelling die voor het gebouw stond. Ik moet toegeven dat je zag dat het geen Belgen waren. Maar we zijn een Europese gemeenschap of niet?
“Wat zijn jullie aan het doen?” riep ik hen toe. Stellingman (of moet het stellingmens zijn?) draaide zijn hoofd naar mij, keek mij aan en keerde zich naar zijn collega. Hieruit maakte ik op dat ze mij niet goed hadden verstaan. Met iets meer volume herhaalde ik de vraag “Wat zijn jullie aan het doen?”. De kerel op de stelling keek mij terug zoals voorheen aan en draaide zich wederom naar de arbeider op het dak. Je zag duidelijk dat de man hoger geplaatst was dan de vent op de stelling. De baas nam zijn verantwoordelijkheid en beantwoordde mijn vraag.
Hij riep “POLISH”.
Waarom hij zijn schouders optrok, begreep ik niet want het antwoord was heel duidelijk.
Topics: Absurdismen, Verbaal geweld, Verhalen, Vrije Tijd | Comments Off
De kabouters vliegen erin …
By L’Üdeaux | October 9, 2010
Dit najaar ben ik nog wat gaan stappen in de bossen van de Ardennen. Als er een ‘Indian Summer’ heerst zoals deze dagen het geval was, moet je niet twijfelen. Wandelschoenen aan en strekken die benen en liefst in deze volgorde anders is de aanschaf van het schoeisel iets wat overbodig. Tenzij u graag thuis zo rondloopt.
Een boswandeling was dus op zijn plaats. Genieten van de rust, het ruisen der bladeren, het klateren van het water in de rivier, hand in hand lopen met je geliefde. ‘Name it, we did it’ zouden onze engelse vrienden zeggen indien wij ze hadden.
De zon gooit haar stralen rijkelijk in het rond. De temperatuur klimt naar een behaaglijke twintig graden. De regen van de voorbije weken lijkt ver weg.
Het fototoestel in aanslag, trekken wij door de kleurrijke bossen van onze Belgische Ardennen. De warme tinten van de herfst omringen ons. De vogeltjes zingen hun mooiste lied. Biddend speurt de buizerd naar zijn volgend maal.
Mijn eega wijst op een stevige paddestoel. Zonder nadenken leg ik hem vast op de gevoelige … plaat wou ik zeggen maar het is een SD-kaart.
Nog voor ik de foto digitaal kan bekijken roept mijn vrouw dat daar ook een mooie zwam staat. En daar nog één en nog één én …
We worden overrompeld door het aanblik van diverse boscantharellen.
Stilaan daagt het mij. De kabouters zijn er wel degelijk ingevlogen. Hele metropolen zijn ogenschijnlijk in één nacht opgetrokken. Volledige wijken verrijzen op omgevallen boomstammen. Luxueuze penthouses sieren boomstronken. De hangende tuinen van Babylon zijn niets vergeleken bij de bouwkunst der puntmuts dragend wezens. Sommige champignons lijken mij onbewoonbaar. Je ziet zo dat er schimmel aan de muren hangt. Heel ongezond voor het kleine volkje.
Ik blijf mijn hoofd breken over de vraag waarop deze vlaag van wildbouw gestoeld is. Het is inderdaad vochtig geweest met aansluitend mooi en zacht weer. Zelfs in het journaal werd gewag gemaakt van een grote oogst aan paddestoelen met het gevolg dat de gifverschijnselen bij mensen evenredig was gestegen. Zeg nu zelf, u laat uw woning niet zonder slag of stoot afbreken, laat staan opeten.
Wettige zelfverdediging is de enige goede uitspraak voor de kabouterpopulatie, mocht het tot een rechtszaak komen.
Het woord ‘kabouterpopulatie’ blijft in mijn gedachten hangen. Populatie … copulatie … nageslacht. De woorden treffen mij als een bliksemschicht. Dat is de verklaring van al deze constructiewerken in het wildseizoen (vandaar wildbouw).
Kabouter Pinnemuts heeft dus niet enkel op zijn paddestoel zitten wippen. Nee, en hij was ook niet alleen. Uiteraard niet, er was ook een kaboutervrouwtje bij natuurlijk. Ik bedoel echter dat verschillende kabouterkoppels in de weer zijn geweest om voor kleine aardmannekes te zorgen. Het is algemeen geweten dat de gnomen lang bij hun ouders blijven wonen maar als de jeugd dan zelf spruiten krijgt, dan is het kot te klein. In de letterlijke betekenis dan, op een paar uitzonderingen na.
Mijn kennis over kabouters is beperkt maar als ik mij niet vergis dan zal er over een vijftigtal jaar een overschot aan kabouters zijn om de klussen op te knappen.
Wij zijn dan allemaal werkeloos of op pensioen, kortom we komen werk te kort en dan gaan die kobolden met onze klusjes lopen.
Wat nu een klein probleem lijkt zal dan uitgroeien tot een nationale crisis. Dank zij mijn vooruitziende blik kan het euvel hopelijk nog verholpen worden. Er dient ogenblikkelijk met de nodige zorg de onderhandelingen te starten. Als men ziet hoe lang het duurt om een regering te vormen en dat tussen landgenoten laat staan hoe lang het zou duren tussen twee rassen.
Met nog achttienduizend tweehonderd en drieënzestig dagen voor de boeg moet er toch een oplossing inzitten.
Wie weet heeft kabouter Thomasj nog enkele ideeën.
Topics: Uncategorized | Comments Off
Kabouters bestaan niet!
By L’Üdeaux | April 23, 2010
Deze boute uitspraak kan alleen maar komen van de volwassen mensen wereld. Het is niet omdat je iets niet waar neemt dat het er niet is.
Het gedrag van de kabouters, ze zijn niet tuk op zichtbaarheid laat staan ‘over-exposure’, versterkt alleen dat gevoel.
Bij monde van kabouter Thomasj, maken wij op dat de kabouter wereld niet is opgezet met de hele affaire.
“Inderdaad, in het verleden hebben wij ons altijd van onze taken gekweten. Wij waren trots dat we de mensen konden dienen. Nooit of te nimmer zijn wij onze verantwoordelijkheden uit de weg gegaan. Helaas, is het vandaag de dag andere koek.”
Gelaten laat onze kabouter zijn hoofdje hangen. Vaag kan ik een onderdrukt gesnik waarnemen.
Het is niet gemakkelijk om een kabouter van vijftien centimeter te interviewen. Als wij de materie onder de loep nemen voelen zij zich beledigd. Natuurlijk zijn zij zich bewust van hun kleine gestalte maar het risico op brandwonden is veel te groot, zeker als de zon schijnt. ‘s Nachts afspreken is ook niet aan de orde omwille van het feit dat ze dan hun taken uitvoeren maar ook omdat het donker is en daar kan geen vergrootglas tegen op, je ziet ze gewoon niet. Het vak van journalist gaat niet over rozen. Dit even terzijde.
“Vroeger, ik spreek nu van een vijftig jaar geleden, dan kon één van de ouders nog thuis blijven voor de kinderen en werd het meeste huishoudelijke werk door hun gedaan en wij konden ons concentreren op de tuin, de omgeving van de woning.
De naoorlogse euforie was nog niet weg geëbd. Werk in overvloed. Te veel zelfs, de partners moesten mee gaan werken om het gedaan te krijgen. Kleine huishoudelijke taken bleven liggen. Kinderen hielpen mee in het huishouden en wij pakten bepaalde werkjes over. Als de mama of papa dan vroeg wie dat gedaan had, kregen ze steevast het antwoord ‘de kaboutertjes’. Wat ook niet gelogen was. Het jonge grut zag ons in actie.
Wij waren trots op onze ijver, inzet en resultaat. Al fluitend trokken wij naar het werk. Fluiten is wel sterk uitgedrukt want het klinkt meer als getsjirp van krekels. Maar des al niet te min, we waren opgetogen.
Helaas ging het zachtjes aan van kwaad naar erger. De ouders compenseerde, uit schuldgevoel omdat ze steeds gingen werken, hun afwezigheid met speelgoed. Dit ging voor een tijdje goed. Sommige kinderen kregen door dat dergelijke situaties hun macht gaf over hun ouders. Ze eisten meer speelgoed.
Andere kinderen beseften dat speelgoed geen vervanging kon zijn van ouder-liefde, -aanwezigheid.
De huishoudelijke taken kwamen meer en meer op onze nek terecht.
Wij zijn harde werkers, daar niet van, maar er zijn grenzen. Als het niet kan dan kan het niet. Punt. Uit.
U moet beseffen dat de aanwas van kabouters veel trager verloopt dan bij mensen. Die kweken, bij wijze van spreken, als konijnen. Elke twintig jaar is er een nieuwe generatie. Bij ons is dat om de vijftig jaar. Kan u zich dat voorstellen?
De taken groeiden ons boven het hoofd. Hoe hard wij ons best deden, er schoot werk over.
Vanuit die tijd komen de uitdrukkingen ‘Waar zijn de kabouters als je ze nodig hebt?’, ‘De kabouters zullen het niet doen, zene!’ en ga zo maar door.
Het geloof in ons kreeg rake klappen.”
Er valt een stilte. Het frêle wezen staart naar de punten van zijn schoenen. Ik krijg zowaar compassie met hem.
Hij richt zijn hoofd naar mij op. In zijn ooghoeken welt wat vocht op als hij verder gaat.
“En moest het daar bij blijven, het zou te dragen zijn maar als je weet dat alle fantasie-figuren ook nog eens aanspraak op ons kunnen maken. Het is niet te doen, gewoon. Pak nu vorige maand, rond de klok van Pasen. Enkele jonge klokken wisten de klepel niet meer hangen, ze waren hun spel kwijt. Ze zaten met een ei, schrik om de gevolgen. Geen uil die van iets wist. En naar wie komen ze dan. Juist, naar bibi.
Enfin, met Pasen was alles in orde. Maar daar kruipt wel tijd in, kostbare tijd. En wat brengt het allemaal mee? Stress! Weet je wat er dan gebeurt als een kabouter stress heeft? Ik verwacht geen antwoord dus zal ik het u zeggen. Ze worden doorschijnend! Wat het gerucht dan versterkt. Hetgeen men niet ziet , bestaat niet. Uit het oog, uit het hart. Dit brengt dan nog meer stress mee. Ik smeek u in naam van het kaboutervolk GELOOF IN ONS.”
De laatste woorden breken met vol geweld uit zijn lichaam. Ik wil met mijn hand bemoedigend op zijn schouder kloppen maar geraak niet zo ver. De verhouding van mijn hand en zijn schouder doen mij de handeling staken. Ik probeer iets bemoedigend te zeggen maar ik mompel slechts.
Geloof is een machtig medium. Wat ik u, lezer, wil vragen is wees overtuigd dat kabouters bestaan en als je er één ziet lach dan even. Heden ten dage kunnen wij dat goed gebruiken.
Topics: Absurdismen, Verhalen, Vrije Tijd | Comments Off
Als een roosje …
By L’Üdeaux | February 23, 2010
Kabouter Thomasj geeuwde ontzettend hard en rekte zich tot in het oneindige uit. Smakte een paar maal met zijn mond om te constateren dat deze droog was. Slaapdronken keek hij rond. Bij een blik op zijn klok was de desoriëntatie op slag verdwenen.
Vol ongeloof pakte hij het uurwerk op, hield deze vlak voor zijn ogen. Het scherm bleef dezelfde tijd aan geven: zestien februari tweeduizend en tien, rond de klok van tienen.
Voor zijn part had het zelf rond de klok van St-Truiden mogen zijn, het veranderde niets aan het feit dat het al de zestiende van de tweede maand was, de dag dat kabouterin Velma jarig was.
Drieëntwintig januari was stilletjes voorbij geslopen, totaal onopgemerkt. Hoe had dit kunnen gebeuren? Een uitgeslapen kerel, zoals hij was, stond nu voor raadsels. Hij stapte de living rond om zich te herinneren wat hij had gedaan: Arthur te slapen gelegd, dennenappel versierd, tasje thee met bosvruchten gemaakt, open haard aan gestoken. Hij vinkte alles af op zijn vingers. Het antwoord bleef echter uit.
De theepot stond nog op het bijzettafeltje. De inhoud was echter verdampt, wat eigenlijk niet zo moeilijk was met de centrale verwarming aan. ‘Geen probleem’ dacht onze kabouter ‘ een iets of wat wetenschapper kan zelfs in de aanslag van de pot nog resten van een slaapmiddel vinden’.
Thomasj trok zijn jas aan, wierp een sjaal om en trok zijn wanten aan. In een gerecycleerde plastic tas, naar zijn maten aangepast, werd de theepot gestoken.
De meeste sneeuw was gesmolten en de kabouterarts woonde op enkele eikel worpen van zijn deur. Een steen zou hij nooit zover kunnen werpen.
Met zijn kleine beentjes ploeterde hij door de overgebleven sneeuw. Aangekomen bij de dokter klopte hij driemaal op de deur.
Piepend draaide de deur open. Een schriel, voorover gebogen kabouter keek hem aan, over het neusbrilletje heen. Zijn lange witte baard reikte tot aan de knieën en met een riem, voor de veiligheid, aan het frêle lijfje gebonden.
“Kom snel binnen” kraste hij kranig “Wat kan ik voor jou betekenen?”
Voorzichtig haalde Thomasj zijn theepot uit het plastic zakje.
‘Dank je, jongen, maar ik hou het op een goede tas koffie in de ochtend. Niks beter dan een kop zwart goud om de trillende handjes stabiliteit te geven’ interpreteerde hij de situatie verkeerd. Om zijn betoog kracht bij te zetten stak hij zijn twee handen voor zich uit. Een aardbeving van zeven op de schaal van Richter kon de vergelijking aan.
‘Neenee, dat is het niet’ reageerde Thomasj. Met verve legde de kabouter uit dat hij van ‘lengen’-avond tot vanmorgen had geslapen. Hoe hij er ook over nadacht dit kon alleen maar gebeuren wanneer iemand een sterk narcoticum in zijn drank had gedaan. Het verwonderde hem ook dat het niet leek dat hij zolang had geslapen. Er was geen honger gevoel of niets.
De arts glimlachte begripvol. Op het moment dat hij zijn vinger omhoogstak om het uit te leggen, vloog de deur open.
Een bulderstem weerklonk ‘Briesende Brakende Bruiden, wat een weer, zeg’.
‘Ha Cyriel,’ antwoordde de dokter’ dat mag je wel zeggen, echt winterkoude maar het gaat straks dooien. Zet je daar eventjes neer. Ik kom direct.’
Thomasj s gelaat bleek een en al vraag te zijn. De oude kabouter verklaarde zich nader. ‘Cyriel houdt niet van afkortingen en in plaats van brbrbr te zeggen riep hij wat je daarstraks hoorde. Zijn stelling is dat er, in onze taal, te veel afkortingen zijn. Een taal moet leven niet gekortwiekt. Binnenkort weet je niet meer of er een woord staat of een afkorting.’
‘Zo is het maar net,’ bromde Cyriel vanachter een weekblad ‘ Als ik ‘vlekjes’ lees of hoor, bedoelen ze dan echt vlekjes of veel liefs en kusjes. Ik ben maar tot mijn 78 jaar naar school geweest. Ik wil duidelijkheid!’ Nors stak hij zijn snuit dieper in het boekje.
‘Bon’ ging de dokter verder ‘om op jou probleem terug te komen. Je moet weten dat wij in onze contreien afstammen van tuinkabouters. Wel nu, lang voor onze tijdrekening was er onze pre-tijdrekening. De tuinkabouters werkten in de tuin zoals ze altijd deden en nu nog steeds doen, harken, wieden, besproeien en nog veel meer. Maar wanneer de winter er aan kwam kon men niet veel meer doen. Alles was bevroren, koud en levenloos. De sappen - stroom in de planten viel stil. De kabouters werden technisch werkloos.
Om de tijd te doden, pleegden alle kabouters een dutje. Ze namen het avondmaal en gingen dan slapen. ‘s Morgens sliepen zij uit. Het ontbijt was de eerste maaltijd die weg viel. Toen volgde het avondmaal. Een era later viel ook de lunch weg. De kabouters sliepen toen van eind december tot midden februari. Een logische evolutie, me dunkt.
Door de ontwikkeling van serres en betere technieken in de tuinbouw geraakte deze gewoonte in verval. Tuinkabouters konden het hele jaar doorwerken.
Maar af en toe gebeurt het dat een enkele kabouter in deze gewoonte hervalt. Dit jaar was jij aan de beurt. Het duurde wel enige tijd voor we doorhadden dat jij in hibernatie was gegaan. We zijn vanaf toen regelmatig komen kijken of alles in orde was. Wel hebben we alles gelaten zoals het was. Ten eerste om je niet te verontrusten als je wakker werd en ten tweede om geen valse beschuldigingen te krijgen zoals ‘het zullen de kabouters weer gedaan hebben’.
Wat het slapen dus betreft, hoef jij je geen zorgen te maken. Het gen dat dit veroorzaakt zit in elke tuinkabouter latent aanwezig tot het zin heeft zich eens te manifesteren. Boskabouters hebben dit gen niet want een bos is er het hele jaar rond. Huiskabouters hebben ook altijd hun klusjes, hibernatie komt bij hen niet voor.’
Kabouter Thomasj keek de oude gnoom aan. ‘Als ik het goed begrijp kan mij dit nog overkomen? Hoe stelt u dan uw diagnose?’
‘Simpel, als je na twee weken niet ligt te rotten dan ben je in een winterslaap. Alle lichaamsfunctie schakelen over naar laagste versnelling. Om op je eerste vraag te antwoorden, ja, het kan dus nog eens voorvallen. Deze toestand is vooral stress gerelateerd. Hoe minder druk je voelt, hoe gemakkelijker je slaapt als er niets te doen valt.’
Opgelucht bedankte onze kabouter de arts voor de wijze toelichting op het gebeuren. De theepot werd weer in de zak gestoken, de winterkledij aangetrokken. Thomasj stond op het punt de deur te openen wanneer de dokter hem terugriep.
‘Ik moet je nog feliciteren met het versieren van jou dennenappel. De mooiste die ik ooit gezien had sinds jaaaaaren. Kabouter Désiré heeft er zelfs een schilderij van gemaakt en iedereen in het dorp is jou appel komen bekijken.’
Thomasj straalde en glunderde wanneer hij buiten stapte. De winter had hij niet verloren maar eerder een jaar gewonnen want iedereen had uiteindelijk zijn prachtig versierde dennenappel bewonderd.
Topics: Verbaal geweld, Verhalen, Vrije Tijd | Comments Off
Eigen wijze gezegden.
By L’Üdeaux | January 6, 2010
Na het PBMS-woordenboek (bijdragen hiervoor nog steeds welkom) presenteren wij u het PBMS boek der gezegden. Zie hier de eerste lading. Waarschijnlijk omdat vandaag de drie wijzen werden gevierd.
“Hoedt u voor teveel zout in de winter, het kan u een gepeperde rekening op leveren.”
“Wie de seizoenen niet kan eren, zal het gezaag erover niet kunnen weren.”
“Wie vrijaf neemt, heeft meestal veel om handen”
“Als het buiten vriest dat het kraakt, wordt binnen warme chocolade melk gemaakt.”
“Blijf je slapen tot de noen, moet je nog een halve dag doen.”
“Wanneer in 2012 de wereld niet vergaat, zijn de ruiters van de Apolcalyps te voet op straat.”
“Wie een steen gooit, heeft er meestal één gevonden.”
“Wie zich bewust is van zijn bewustzijn is bewust een bewust mens.”
Topics: PBMS-Woordenboek, Verbaal geweld, Vrije Tijd | Comments Off
Midwinter verhaal
By L’Üdeaux | December 23, 2009
Het jaar was al ver gevorderd, de bomen hadden hun bladeren verloren en de zon kwam niet meer zo hoog.
Het eindejaar bleek een mooie tijd. De lage temperaturen zorgden ervoor dat de miezerige regen veranderde in prachtige witte sneeuwvlokken die zachtjes neer dwarrelden op de groene naalden van de spar. Onder het dikke sneeuwtapijt lag het bos vol dennenappels.
Kabouter Thomasj zou voor het ‘lengen’-feest dit jaar de mooiste dennenappel bezitten.
Een klein probleem drong zich echter op, want zoals u misschien nog weet, is onze kabouter slechts vijftien centimeter hoog en de verse sneeuw lag dertig centimeter dik.
Het kleine volkje laat zich echter niet snel van de wijs brengen en zeker Thomasj niet. Tijdens de vorige sneeuwval had hij ondervonden dat de ijzige neerslag een echt euvel kon zijn om in zijn dagelijkse behoefte te voorzien. Laat staan, in het vinden van een mooie opengesperde dennenappel voor het feest waarna de dagen weer gaan lengen.
Een bol rode saai (= wol voor de jongeren onder ons. Welke kleur die bol ook had als je er uren naar staarde gebeurde er niets. Het was gewoonweg saai, vandaar de naam.) was al de helft van de oplossing. De andere helft bleek Arthur te zijn. Arthur, Tureke voor de vrienden, is een grijze mol die Thomasj heeft als huisdier. Mollen houden echter een winterslaap zodat hij op het moment dat hij gebruikt kon worden, in diepe slaap verzonken zou zijn.
De kabouter had ergens in een boekje gelezen dat mensen die naar het oosten vliegen last hebben van jetlag wat er eigenlijk op neer kwam dat je uit je natuurlijk lichamelijk ritme gaat. Je kon echter je lichaam, volgens de geciteerde professor, herprogrammeren.
Het plan was eigenlijk eenvoudig in zijn genialiteit. Tijdens de herfst had kabouter Thomasj reeds een mooie, grote dennenappel uitgekozen. Hieraan had hij het ene uiteinde van de bol wol geknoopt en was huiswaarts gekeerd. Daar had hij het andere uiteinde aan de kapstok gebonden.
Arthur was, zoals de natuur beveelt, in zijn holletje aan zijn hibernatie begonnen. Tot enkele weken geleden zijn baasje lichtjes maar stelselmatig de temperatuur in zijn holletje naar boven dreef. In de tussentijd vervaardigde Kabouter Thomasj een jasje, muts en aangepaste laarsjes voor zijn molletje.
Enkele dagen geleden opende Arthur zijn oogjes. Thomasj kon zijn geluk niet op. “Tureke, jongen, ik ben blij dat je wakker bent. Kijk eens wat ik voor jou gemaakt heb.” Prompt kleedde hij de mol aan met de aangepaste kledij. Arthur liet een een kleine grom ontsnappen maar bleef voor de rest rustig, in de veronderstelling dat het een kwade droom was.
“Arthur, wij gaan een spelletje spelen. Het heet volg de rode draad. Als ik de warm water kruiken in de zakken van je jasje heb gestoken, mag je vertrekken.” De jaszakken waren nog maar net gevuld en de kabouter trok de deur open. De rode draad verdween in de witte muur. Arthur kroop naar voor, snuffelde even. Een kleine por van Thomasj zette de mol in beweging. Hij groef een gang in de sneeuw.
De mol werkte gestadig voort, de rode draad volgend. Het feeërieke , blauwachtige licht deed de kabouter bijna een sprong van blijdschap maken ware het niet dat de gang geen hoge sprongen toeliet. Al een geluk dat hij een grote pompon op de muts van Arthur had gemaakt, anders had hij moeten kruipen.
Binnen het uur waren zij aan de dennenappel. Thomasj liet zijn huisdier langs de appel graven zodat deze vrijkwam. Door het vocht was de dennenappel volledig dicht wat het transport uiteindelijk vergemakkelijkte. Eénmaal in een droge woonkamer zou het in al zijn pracht terug open komen te staan.
Met de onderzijde voorwaarts gericht, stuwde Thomasj en Arthur de appel huiswaarts. In geen tijd waren zij thuis. De kabouter ontdeed de mol van zijn kledij, gaf hem een paar regenwormen en liet hem terugkeren naar zijn winterrust.
De dennenappel werd in het salon neergepoot vlak naast de open haard. Tegen de avond stond de appel mooi open en kon het versierd worden. De, in de zomer gevangen, glimwormen konden ontdooit en in de boom geplakt worden. Glimmende ballen werden opgehangen en zilveren spinrag diende als engelenhaar. Op het einde stapte kabouter Thomasj wat achteruit en bewonderde zijn werk. Een traan van ontroering rolde over zijn kaak naar beneden. Hij had voorwaar de mooiste dennenappel van de kaboutergemeenschap.
Alleen kon niemand anders dit bevestigen want Arthur sliep weer zijn vredige winterslaap en kon geen gang meer graven. Enfin, volgend jaar beter.
Topics: Absurdismen, Verbaal geweld, Verhalen, Vrije Tijd | Comments Off




















